Begraven of cremeren

Het is een vraag die wij als GreenLeave regelmatig krijgen: wat is duurzamer, begraven of cremeren? In 2011 heeft TNO in opdracht van uitvaartorganisatie Yarden een onderzoek uitgevoerd naar de milieu-impact van de uitvaarttechnieken begraven, cremeren, cryomeren en resomeren.

Uit dit onderzoek komt naar voren dat begraven de grootste impact zou hebben, gevolgd door cremeren. De twee in ontwikkeling zijnde technieken cryomeren en resomeren zouden aanzienlijk minder milieu-impact hebben. Maar een nadere bestudering van de aannames die de onderzoekers doen, wijst echter uit dat de verschillen zeer waarschijnlijk veel minder groot zijn. Hieronder leggen we uit hoe dat komt.

Eerst benadrukken wij alvast het belang van de keuzes die de klant maakt. Daar is het grootste verschil te maken. Denk aan het type kist of wade, urn, wat de overledene mee te geven in de kist, maar ook op het gebied van vervoer, rouwboeketten en rouwpost veel meer impact heeft op in hoeverre een uitvaart duurzaam is.

Kantekeningen bij het onderzoek van TNO in opdracht van Yarden:

De onderzoekers maken gebruik van fictieve cijfers voor de nieuwe technieken. Wat niet zo gek is gezien het feit dat het nieuwe technieken zijn. Echter deze cijfers zijn aangeleverd door de leveranciers zelf. En hierbij gaan zij ervanuit dat mensen zeer milieuvriendelijke keuzes maken. Terwijl bij begraven en cremeren er van ‘gemiddelde keuzes’ gebruik gemaakt wordt.

Twee voorbeelden hier van zijn: 

  1. Aangenomen wordt Bijvoorbeeld dat een kist, die niet mee gaat in de resomator of cryomator, wel vijftig keer zal worden hergebruikt. Dit is praktisch al lastig (het is niet makkelijk om lichamen in- en uit de kist te tillen en bovendien laten lichamen altijd hun sporen na in de kist), maar het is ook zeer de vraag of nabestaanden hun dierbaren in een vaker gebruikte kist willen opbaren. En wanneer dat het geval is, zou dit natuurlijk ook bij cremeren kunnen.
  2. Een ander punt is dat de bekleding in de kist, nu meestal gemaakt van katoen, een grote milieu-impact heeft. Bij de nieuwe technieken gaan de onderzoekers uit van een kist met een bekleding van het veel minder vervuilende maïszetmeel. Als deze kistbekleding daadwerkelijk ontwikkeld wordt, kan deze natuurlijk ook bij begraven of cremeren gebruikt worden.

De verschillen tussen begraven en cremeren 

Ook deze verschillen zijn gestoeld op opvallende veronderstellingen. De onderzoekers houden er geen rekening mee dat urnen tegenwoordig steeds vaker begraven worden in een (urnen)graf. Dat betekent dat ook hier een (natuurstenen) grafmonument bij komt kijken. Het grafmonument heeft een zware milieu-impact (door de winning van de steen en het transport vanuit India of China). Die wordt wel meegerekend bij begraven maar niet bij cremeren. Ook houden de onderzoekers er rekening mee dat mensen de asresten na cryomeren eventueel begraven, maar gaan dan uit van een houten grafmonument. Ook hier geldt dat de keuze voor een houten grafmonument ook gemaakt zou kunnen worden bij begraven of cremeren.

Ten slotte wordt aan begraven een grote milieubelasting toegekend vanwege het ruimtebeslag. Dit is echter nog niet zo’n makkelijke aanname en die helaas verder niet onderbouwd wordt. Bovendien, heeft een begraafplaats ook geen landschappelijke en cultuurhistorische waarde?

Conclusie

Het verschil tussen de technieken is veel kleiner dan dit onderzoek laat zien. Bij de nieuwe technieken is uitgegaan van zeer gunstige milieubewuste keuzes door de klant, terwijl bij de bestaande uitvaarttechnieken uit is gegaan van gemiddelde keuzes.

Vooral bij begraven is de milieu-impact sterk naar beneden te brengen als de consument andere keuzes maakt. Denk bijvoorbeeld aan een ongelakte kist met houten handgrepen in plaats van metalen en aan een natuurlijk grafmonument zoals een Nederlandse zwerfkei, of een kruis gemaakt van hout. Kortom, de huidige uitvaarttechnieken scoren in milieu-impact nog niet zo slecht en kunnen bovendien een stuk minder milieubelastend zijn als de consument duurzame keuzes maakt.